"Hoe is koffie eigenlijk ontdekt?" vraagt u zich misschien af. De bekendste overlevering vertelt het verhaal van Kaldi, een Abessijnse geitenhoeder. Zijn gewoonlijk tamelijk slome geiten dartelden op een dag rond als nooit te voren. Bij nader onderzoek ontdekte Kaldi dat ze rode bessen van een struik in de heuvels hadden gegeten. Hij proefde deze bessen ook zelf en voelde zich net zo monter als de geiten. Een monnik uit een nabij gelegen klooster, die deze gebeurtenis met verwondering had waargenomen, besloot zelf ook van de bessen te proeven. Tevens deelde hij de bessen uit aan zijn medemonniken. Het gevolg was dat de monniken, al kauwend op de bessen, de hele nacht konden blijven bidden zonder slaperig te worden. In het begin werden de koffiebessen in hun geheel gegeten, of tot pulp gestampt en vermengd met dierlijk vet, waarvan dan eetbare balletjes werden gerold. Later dronk men een soort wijn van gefermenteerde koffiepulp. Rond het jaar 1000 na Chr. maakte men brouwsels van gedroogde vruchten, bonen, schillen en de rest. Rond de dertiende eeuw begon men de bonen te roosteren en te malen. Dit was het begin van de populariteit van koffie. Tegen het einde van de vijftiende eeuw werd er dankzij de moslim-pelgrims (die bonen uit Arabië hadden meegenomen) koffie verbouwd inn Perzië, Egypte, Turkije en Noord-Afrika. Koffiehuizen deden hun intrede. De introductie van koffie in Europa verliep moeizaam. Koffie werd in eerste instantie geassocieerd met alles wat rebels en duivels was. Maar toch heeft geen enkel verbod het serveren van koffie tot stilstand kunnen brengen. En gelukkig maar, want u zou uw heerlijke kopje koffie toch voor geen goud willen missen?